Vrolijk komt ze binnen huppelen. “Hoe is het met je vliegtuigjes? Zal ik er nog één maken?”

Femke komt regelmatig langs in de directiekamer. Om een praatje, te maken, een knuffel te halen of vliegtuigjes te vouwen.

In dat laatste is ze goed, van haar vader geleerd. Die kan het al 300 jaar.

Ik heb de eer om het geheim van het ultrasonische bestuurbare papieren vliegtuigje te leren kennen. Femke leert mij hoe ik hem kan vouwen. Zij doet voor en ik doe het na. Vouw voor vouw. Het is niet echt makkelijk. Knap dat die kleine priegelvingertjes dit voor elkaar krijgen.

“Fouten maken mag,” stelt ze me gerust, “zeg het maar tegen mij dan los ik het wel weer op.”

Dit meisje weet het al vroeg te benoemen: fouten maken mag.
Iets waar wij volwassenen nog wat van kunnen leren.

Wij denken dat fouten maken een ramp is. Hoe vaak gebeurt het niet dat ik een lesobservatie doe en dat de leerkracht stijf staat van de spanning uit angst dat hij een fout maakt.

Wanneer accepteren we eindelijk eens van elkaar en onszelf dat fouten erbij horen. We kunnen ons erdoor laten verlammen, zodat het alle plezier uit ons zuigt.

Maar we kunnen ook simpelweg accepteren dat fouten maken erbij hoort. Van fouten leer je. Ze zijn over het algemeen niet onoverkomelijk.

En gebeurt het toch? Dan is het maken en aanvaarden van excuses iets wat er ook gewoon bij hoort.

Mag jij fouten maken van jezelf? Of probeer je ze krampachtig te vermijden met alle gevolgen van dien?

Het gebeurt nog steeds. Dat ik mensen tegenkom die denken dat werken in het onderwijs een luizenbaan is. Veel vakantie, elke woensdagmiddag vrij en korte werkdagen.

Vroeger (ja, ja, ik word oud 😉) kon ik mij daar nog wel eens druk om maken. En legde ik uitgebreid uit hoe het zit met de uren in het onderwijs. Tegenwoordig volsta ik met de opmerking dat de ander dan blijkbaar het verkeerde beroep heeft gekozen.

Het lijkt inderdaad heel mooi al die vakanties. Maar ik weet nog al te goed hoe het mij op een gegeven moment verging. Tussen de vakanties door had ik het zo druk dat ik mij van weekend naar weekend en van vakantie naar vakantie sleepte. Ik wist altijd precies hoeveel weken ik nog te gaan had tot de volgende vakantie.

Ik genoot niet meer van wat ik deed; ik leefde niet, maar werd geleefd.

Herkenbaar? Wil je van je stress afkomen; van het gevoel dat het leven doodvermoeiend en zwaar is dan zul je zelf de regie over je leven moeten pakken. Als jij de regie niet neemt, doen de gebeurtenissen het wel voor je.

Regie nemen begint met het maken van een dag- en weekplanning. Dat geeft overzicht en rust. Je to-do list komt hiermee op papier en verdwijnt uit je hoofd. Dat geeft rust en overzicht.

Belangrijk is dat je ook tijd voor rust inruimt. En dan bedoel ik niet die kop koffie met de buurvrouw of het rondje hardlopen met je vriendin. Nee, dan bedoel ik échte rust.

RUST; met hoofdletters. Even niets doen, niemand om je heen, niets aan je hoofd. Gewoon zijn. Je hoofd leeg. Je spieren ontspannen. Je ademhaling rustig en laag.

Dat is iets wat je niet van de één op andere dag voor elkaar krijgt. Daar is oefening voor nodig. En geduld. Uit onderzoek blijkt dat je voor het aanleren van nieuwe gewoontes toch wel enkele weken nodig hebt. Dat vraagt om doorzettingsvermogen.

Maar ik beloof je: uiteindelijk is het de moeite waard. Meer rust leidt tot minder stress; en minder stress zorgt voor een lichter en meer ontspannen leven. Een leven waarbij je lééft en niet langer wordt geleefd.

Gun je jezelf

Wanneer je je hele leven en beleven

volledig met bezigheden doorbrengt

en geen ruimte meer voor bezinning hebt,

moet ik je hier dan om prijzen?

 

Ik prijs je er niet voor.

Ik geloof dat niemand je zal prijzen,

die het woord van Salomo kent:

“Wie zijn bezigheden inperkt, krijgt wijsheid”.

 

Wanneer je geheel en al er voor allen zijn wilt,

naar het voorbeeld van Hem die alles voor anderen is geworden

prijs ik je menselijkheid – maar alleen dan, wanneer ze vol en echt is.

 

Hoe kan je echter vol en echt mens zijn, wanneer je jezelf verloren hebt?

Want wat zou het je baten, wanneer je, naar het woord van de Heer

alles zou winnen, maar jezelf verliezen zou?

 

Ben je voor jezelf als een vreemde?

Ben je niet allen vreemd, wanneer je jezelf vreemd bent?

Ja, wie met zichzelf slecht omgaat, wie kan dan goed voor anderen zijn?

Denk er dus aan: gun je jezelf.

 

Ik zeg niet: doe het altijd, ik zeg niet doe het vaak, maar ik zeg:

doe het telkens weer een keer.

Wees er net als voor anderen ook voor jezelf,

of wees het tenminste voor alle anderen.

 

Bernard van Clairvaux (1090 – 1153)

 

 

Wat is je grootste zorg? Deze vraag stel ik regelmatig aan mijn coach cliënten. De antwoorden variëren nogal.  De één is bang dat zijn kinderen iets ergs overkomt. De ander dat hij zijn baan verliest. De volgende dat hij ernstig ziek wordt.

De volgende vraag die ik dan meestal stel is: “Hoe groot is de kans dat dit echt gaat gebeuren?” Daar moeten de meesten wat langer over nadenken. Om vervolgens tot de conclusie te komen dat die kans eigenlijk niet zo heel groot is.

Wij mensen zijn geneigd om ons werkelijk overal zorgen over te maken. Van het weer tot het oplopen van corona. Van een bezoek aan de tandarts tot aan het krijgen van een ongeluk.

De kleine zorgen zijn vervelend als irritant zoemende muggen. Maar eigenlijk niet waard om je dag door te laten verknallen. Want wat is er nu het ergste dat er kan gebeuren als het regent? Of wat is het ergste dat de tandarts je aan kan doen? Stel jezelf die vraag maar eens….

Mijn lieve echtgenoot stelt het meestal nog duidelijker: “Ga je er dood aan?” Het klinkt nogal cru, maar het zet de zaak vaak wel in het juiste licht.

Natuurlijk zijn er wel dingen die ernstige gevolgen kunnen hebben. Ziekte of een ongeluk kunnen dodelijk zijn. Maar hoe groot is de kans dat dat ook werkelijk gebeurt?

Door bezorgd te zijn, ontdoe je het ‘later ‘niet van zijn leed, maar beroof je het ‘nu’ wel van zijn kracht.

In mijn Bijbel ligt al enkele jaren een vogelveer. Ik raapte hem ooit op tijdens een wandeling in “Het Paradijs.” Een prachtig natuurgebied in de buurt van mijn woonplaats.

Destijds zat ik in een moeilijke periode van mijn leven. Toen ik de veer op het pad zag liggen, dacht ik aan Matteüs 6. “Maak je geen zorgen over jezelf…. Kijk naar de vogels in de lucht…. het is je Hemelse Vader die ze voedt. Ben jij niet meer waard dan zij?” Deze woorden gaven mij kracht en moed om door te gaan.

Telkens wanneer ik nu de veer in mijn Bijbel zie, denk ik terug aan die tijd. Niet aan hoe zwaar het was en hoe moeilijk ik het had. Maar aan de liefdevolle zorg van mijn Vader. Hij was erbij.

“Maak je geen zorgen voor de dag van morgen. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last.” (Jezus in Matteüs 6 : 34)

Bezorgdheid levert niets anders dan stress op. En stress kan leiden tot een burn-out. En daar zit niemand op te wachten.